Een noodzakelijk aspect voor de succesvolle energietransitie

Hoe verandert het energiesysteem in Nederland - vervolg

De flexibiliteitsbehoefte zal de komende jaren toenemen:
  • De productiecapaciteit van duurzame, fluctuerende, bronnen zal fors groeien.
  • Door het afstoten van aardgas als primaire warmtebron in de gebouwde omgeving zal een belangrijk deel van de lage temperatuur warmtevraag worden voorzien uit alternatieve bronnen (restwarmte, geothermische bronnen, groen gas enz.) die in staat moeten zijn om op piekmomenten (koude dagen en op specifieke dagdelen) voldoende energie te leveren. Daarnaast zal een deel van de warmtevraag worden gerealiseerd met warmtepompen, met als consequentie een groei van de vraag naar elektriciteit. Dit betekent ook dat de piek in de elektriciteitsvraag door de warmtevraag van de gebouwde omgeving in de winter aanzienlijk groter zal zijn dan de huidige piekbehoefte van het elektriciteitssysteem.
  • Door de decarbonisatie van de industrie en transport zal de vraag naar verschillende energiedragers en de vraagpatronen daarvan, gaan veranderen. Zo zal door elektrificatie van processen in de industrie en een toename van de elektrificatie van transport, niet alleen de vraag naar elektriciteit toenemen, maar ook de vraag naar extra flexibiliteit.
  • Het ‘dom’ gebruiken van elektriciteit, bijvoorbeeld het in grote getale gelijktijdig laden van elektrische auto’s, resulteert in een piekvraag, die zorgt voor een grotere flexibiliteitsbehoefte op dag- en uur-schaal.




Figuur 5. Verandering vraag en aanbod.



Tenslotte zullen door deze veranderingen in vraag en aanbod van energie de grenzen tussen verschillende energiedragers gaan vervagen en zullen ‘multi-commodity’ energiesystemen ontstaan (elektronen, moleculen, warmte). Door mogelijkheden die digitalisering biedt, kunnen deze ‘intelligent’ (smart) aangestuurd worden.

Flexibiliteit is nodig om een aantal redenen:
  • Leveringszekerheid: er moet voldoende energie beschikbaar zijn, ook als het erg koud is waardoor de energievraag stijgt, het niet waait waardoor de productie van windstroom daalt, of de zon niet schijnt, waardoor de productie van zonnestroom daalt.
  • Balans handhaving: er moet een stabiel netwerk zijn, dat rekening houdt met de slechte voorspelbaarheid van het aanbod van duurzame energie.
  • Congestie management: de capaciteit van het netwerk moet gegarandeerd blijven, ook bij periodieke grote verschillen in vraag en aanbod.